Monthly Archives: april 2019

Chinese Atjar

Ken je die zakjes Atjar wat je bij de Chinees kan bestellen als bijgerecht? Heerlijk vind ik dat, lekker knapperige zoet zure kool. Belachelijk duur eigenlijk ook als je erover nadenkt, zo’n handje vol witte kool. Alternatief is zo’n potje uit de supermarkt, zompig zachte kool vol met ingredienten waarvan je geen idee hebt verder. Prima als je niet beter weet natuurlijk. Totdat je deze Atjar geproeft hebt, geloof me dit is net zo lekker als die van de Chinees maar komt uit je eigen keuken. Enige nadeel, het staat niet binnen een kwartier op tafel. Het zit wel binnen een kwartier in een pot maar dan moet je nog geduldig een weekje wachten. Maar dan heb je ook wat. En door het zoet en zuur ook best lang houdbaar. Ik doe op dit moment de proef op de som, mijn pot met Atjar staat al drie weken en is nog heeeerlijk…….

Wat heb je nodig? Niet eens zo heel veel. Allereerst een grote pot die je goed kunt afsluiten. Ik heb een weckpot van 2,5 liter die ik ervoor gebruik. Lijkt veel maar als je er met vier van eet is het met twee, drie keer echt op. Voor een fractie van wat een potje van het bekende merk je kost én je weet wat erin zit. Overtuigd? Wij wel in ieder geval.

  • 1 kleine witte kool of spitskool
  • 1 winterwortel
  • 1 liter natuurazijn (de gele)
  • 100 gram suiker
  • 1 eetlepel kurkuma
  • 1 eetlepel zout
  • sambal of een Spaans pepertje

Qua suiker zijn we het niet helemaal eens, ik zie recepten waar meer suiker gebruikt word, mijn moeder gebruikt ook meer suiker, bijna het dubbele zelfs. Ik vind de Atjar zo prima. Mijn advies is, begin met 100 gram, proef de atjar na een dag of vijf en doe er dan, naar smaak, nog wat suiker bij als je dat nodig vindt. Immers suiker weghalen dat gaat niet lukken. Sambal of een pepertje zijn optioneel, sommige mensen houden van een iets pittigere Atjar. Bij ons thuis wordt de Atjar gegeten door het kleine meisje en mezelf en dan maak ik het niet te pittig. Ik snijd dus een half Spaans pepertje in dunne reepjes. Dat ziet er leuk uit, het oog wil ook wat, maar is niet te pittig.

Gebruik je spitskool dan kun je de Atjar sneller eten, de spitskool is veel zachter, van smaak ook. Allebei is lekker hoor.

Snijd je witte kool of spitkool in repen, niet te dun want het moet wel knapperig blijven. Ik gebruik hiervoor een mandoline die ik op 3 mm zet. Rasp daarna de wortel op een grove stand. Doe de witte kool en wortel in een vergiet, voeg het zout en de kurkuma toe en hussel goed door elkaar. Denk aan je handen, ik loop dus regelmatig met gele handen rond, wil je dit echt niet gebruik dan een handschoentje of lepels. Ik zet de vergiet vervolgens gewoon in de gootsteen maar je kunt de vergiet natuurlijk ook boven een kom zetten. Laat een uurtje staan zo.

Na een uur spoel je de Atjar goed af onder een stromende koude kraan. Het zout heeft je witte kool nu zachter gemaakt, de kurkuma geeft smaak en kleur. Schud de witte kool goed uit en laat nog even uitlekken.

Neem nu je schone pot en doe de witte kool erin. Werk zo schoon mogelijk dus je pot is goed schoon en droog en nadat je de kool erin gedaan hebt maak je de rand van de pot goed schoon. Vul de witte kool nu aan met de azijn, de sambal en de suiker. Schudden is eigenlijk niet nodig, door het staan zal de suiker zichzelf door de witte kool werken. Ben je daar toch niet helemaal van overtuigd los dan eerst de suiker op in je azijn en schenk dan de azijn op de witte kool. Sluit de pot en zet koel weg. Bij ons staat de Atjar geduldig in de kelder te wachten, in de koelkast mag maar hoeft niet.

Proef de Atjar na een dag of vijf. Bedenk je dan of je er nog suiker bij wilt doen of misschien zelfs toch wel nog wat sambal.

Belangrijk is dat je iedere keer met een schone vork of tang in de pot gaat en dat je de randen voordat je de pot sluit even schoon en droog maakt. Zo blijft je Atjar zo lang mogelijk lekker en vers.

Deze Atjar maak je tussendoor en staat klaar als je em nodig hebt. Voor bij een snelle nasi, bij je sateetjes, je hebt altijd verse knapperige Atjar klaar staan. Vers lekker en vergeet niet, er zit veel Vitamine C in witte kool, hartstikke gezond dus!

Tortellini in tomaten roomsaus met spinazie en groene asperges

Deze Pasta tover ik gewoon binnen 30 minuten op tafel. Ook als ik helemaal niet voorbereid ben. Zorg allereerst gewoon dat je altijd tortellini in huis hebt. Droge mag, verse uit de koelvitrine erg lekker. Ik mag geen reclame maken natuurlijk uhm, op m’n eigen blog? Natuurlijk wel. Verse tortellini van de Lidl. Proberen hoor. In huis hebben om eens in de twee weken op tafel te zetten. Een dagje minder vlees noem ik het ook want ik gebruik alleen een bakje met spekreepjes, dat maakt dat je geen vlees hoeft te ontdooien en geen rekening hoeft te houden met het lang of ingewikkeld bakken van vlees. Mijn mannen willen graag vlees, vandaar de spekjes maar zijn ze bij jou niet zo pro vlees laat dan vooral de spekjes gewoon weg. Blijft hartstikke lekker, dat beloof ik…

Voor 4 personen:

  • 750 gram verse tortellini
  • 200 gram gerookte spekreepjes
  • 1 ui
  • 2 stengels bleekselderij
  • tomaten-olijventapenade
  • 1 blik tomatenblokjes
  • 2 teentjes knoflook
  • 2 eetlepels gedroogde basilicum of Italiaanse kruiden
  • 1 zak van 200 gram verse spinazie
  • bosje groene asperges van 500 gram
  • 1 kuipje kruidenroomkaas of geitenroomkaas
  • paar blaadjes verse basilicum

Snipper de ui en de knoflook fijn en bak deze samen met de spekreepjes. Door het vet van de spekreepjes heb je geen olie meer nodig. Kies je ervoor om de spekreepjes weg te laten gebruik dan wel een scheutje olie om in te bakken. Snijd de bleekselderij in boogjes en bak deze mee.

Voeg handje voor handje de verse schoongemaakte spinazie toe. Het lijkt wat maar als je als eens verse spinazie gebakken hebt dan weet je dat dit zo slinkt. Snijd de kontjes van de asperges af, groene asperges hoef je niet te schillen, en snijd de asperges in stukken van 4 a 5 cm. Bak mee met de spinazie.

Voeg 2 a 3 eetlepels tomatentapenade toe, de gedroogde basilicum of Italiaanse kruiden en het blik tomatenblokjes. Roer dit op medium vuur goed door totdat iets van het vocht verdampt is.

Kook ondertussen de tortellini, verse tortellini heeft maar een paar minuten nodig. Gebruik je droge pasta, houd dan rekening ermee dat dit een paar minuten langer duurt. Zet het vuur van je pastasaus dan lager.

Roer de roomkaas door je tomatensaus. Giet de tortellini af maar voordat je dit doet haal je een kopje kookwater uit de pan. Bewaar dit. Laat de tortellini goed uitlekken en schep deze dan door je tomaten roomsaus. Giet er eventueel een scheutje van je pastawater bij als je de saus nu te dik vindt.

Garneer met een paar blaadjes basilicum en rasp er wat lekkere kaas overheen. Parmezaanse is natuurlijk heerlijk maar zit dat net buiten je budget neem dan een puntje lekkere oude kaas. Gaat er ook prima bij.

Maak er geen halstoeren van, heb je geen tomatentapenade? Gebruik dan pesto, ook erg lekker. Heb je nog courgette in huis? Bak die er in blokjes met de spaghetti in mee. Extra groenten is nooit verkeerd, op deze manier zit je al gauw aan je 200 gram groenten per dag!

Oke, ik stoei wat met m’n fotobewerking maar hey, het staat erop. Working mom he dus dat is koken, foto maken en aanrecht opruimen in 45 minuten. Zoonlief werkte een uurtje langer dus het moest nog warm gehouden ook, ondertussen deed ik nog de vaatwasser en een rondje met de stofzuiger, geen tijd voor fotobewerking. Eet smakelijk!

Working mom

Een Working Mom, wat dat ben ik inmiddels weer een paar jaartjes, heeft geen tijd om uitgebreid een foodblog bij te houden. Tenzij dat toevallig haar werk is natuurlijk. In de tijd dat ik nog thuis gezellig een dagje de tijd nam om voor twee blogs te koken, fotograferen en schrijven had ik de ruimte om op m’n gemakkie te wachten op het beste licht om foto’s te maken en deze foto vervolgens te voorzien van de juiste accesoires. Tegenwoordig ben ik gewoon blij als we allemaal samen aan tafel zitten en dat er een beetje peterselie bovenop de salade ligt. Prioriteiten moeders, die liggen niet bij bladpeterselie, die liggen bij snel, makkelijk en voedzaam. Had ik al snel genoemd?

Maar eigenlijk vond ik het ook wel zonde, die foodblog van me. Staat ie daar, op internet, niet bijgewerkt te worden. Af en toe noem je z’n naam nog, zijn mensen zelfs enthousiast, totdat ze zien dat je twee jaar geleden voor het laatst tijd had om een fatsoenlijke foto te maken. En stiekem wil je dan weer aan de slag. Leuke recepten maken, net als al die andere foodbloggers hetzelfde product krijgen en daar in die week een recept voor maken #sarcasme off. Ok, ik had al snel door dat ik geen echte foodblogger ging worden, twee, drie, misschien zelfs vier jaar geleden al. Ik schrijf wat ik wil en laat me niet, ook niet stiekem, beinvloeden. Niet door uitnodigingen voor presentaties of dozen vol gratis producten. Gewoon niet. En ik was ook niet van plan zonder m’n gezin ver te reizen. En ja, Noord Holland vinden wij in Limburg ook best ver. Maar wat nog belangrijker is, ik heb geen tijd om eetbare viooltjes langs m’n woensdagmiddag te draperen. Ik fotografeer m’n ochtendkwark met fruit niet bij de ontluikende zon op donderdag want dan ren ik me een slag in de rondte, werp m’n dochter met lunchpakketje en gymtas richting school om op tijd bij de voedselbank te zijn. Ja mensen, de voedselbank, m’n tweede baan die ik overigens geheel vrijwillig doe. Hoogstwaarschijnlijk doe ik een broodje kaas rond 11 die dag.

Maar ik ben de enige toch niet? Nee natuurlijk niet. Ik gok zo dat er meer moeders zijn die 5 dagen in de week maar een poging doen om het vooral snel en smakelijk te laten zijn dan dat er moeders zijn die om drie uur in de middag in de zon hun bordje avondeten staan te fotograferen. Hoe vaak hoor ik om me heen “wat eten we vandaag?” gevolgd door zuchten die her en der van de afdeling komen. Daar moeten we toch wat mee kunnen? Vrouwen, en mannen natuurlijk, onder elkaar die tijdens het naar huis rijden zich afvragen wat er op tafel moet komen? Wat maakte jij gisteren in een handomdraai waar je tafelgenoten redelijk tot heel erg enthousiast van waren? Of juist niet natuurlijk, slaan we die allemaal over.

Ik ga m’n best doen, leuke gerechtjes maken die in max 45 minuten op tafel staan. We zijn geen familie van Jamie Oliver dus we werpen niet met pannen en messen, gebruiken geen vijf ingrediënten die we niet uit kunnen spreken en we hebben er ook geen zin in om na het werk nog eerst 5 winkels af te gaan voor net dat ene ingrediënt waar nog niemand van gehoord heeft. We gaan koken, dames en heren, snel, makkelijk, lekker en als het kan, liefst nog een beetje budgetvriendelijk ook. Doe mee, laat af en toe een berichtje achter, of niet, maak er jouw feestje van.

Dus onze ingredienten zijn: snel, smakelijk, makkelijk, budgetvriendelijk. Tips over bewaren, vooruit werken (“preppen” noemen we dat lekker fancy) en het verwerken van kliekjes (lekker Nederlands weer, heerlijk).

To be continued… zodra ik tijd heb:)

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
BlogSociety
Topblogs Topblogs